Hoe merk ik het?
- Een zeurende pijn boven of midden in de buik
- Een verstoord ontlastingspatroon
- Verminderde eetlust
- Gewichtsverlies
Hoe werkt het?
De alvleesklier (pancreas) is een orgaan dat boven in de buikholte ligt, achter/onder de maag, in de bocht van de twaalfvingerige darm. Hij heeft twee belangrijke functies. Allereerst het produceren van verteringssappen die een belangrijke rol vervullen bij het verteren van het voedsel. Deze verteringssappen komen, samen met de gal, via een buisje in de twaalfvingerige darmen terecht. Daarnaast wordt in de alvleesklier insuline geproduceerd. Insuline is een hormoon dat belangrijk is voor het reguleren van het bloedsuikergehalte in het lichaam. Men spreekt van kanker van de alvleesklier als ergens in dat orgaan cellen ongecontroleerd gaan delen en zo een gezwel ontstaat. Alvleesklierkanker komt in verhouding tot andere kankers (borst-, long-, prostaatkanker) niet zo heel vaak voor. Het is een kanker van de oudere mens. De klachten die erbij optreden zijn onder andere afhankelijk van de plaats waar het gezwel zich bevindt. Als het gezwel in de "kop" van de alvleesklier zit, dan geeft dat vrij snel klachten doordat al gauw het afvoerbuisje voor de gal en de verteringssappen wordt dicht geduwd. Daardoor ontstaan klachten als diarree, misselijkheid, afvallen en later ook geelzucht en jeuk. Bevindt het gezwel zich in de "staart" van de alvleesklier, dan ontstaan er pas klachten als het gezwel ver in de omliggende organen is doorgegroeid. Pijn staat dan op de voorgrond. Doorgroei kan plaatsvinden in de maag, de darm, in bloedvaten en zenuwen. Zoals de meeste kankers kan alvleesklierkanker ook uitzaaien: via de bloedbaan, vooral naar de lever en via de lymfebanen.
Hoe ontstaat het?
Een oorzaak is, zoals bij vele kankers, niet aan te geven. Een aantal factoren verhoogt de kans op het krijgen van alvleesklierkanker. Roken is daar een van. Verder hebben mensen met een chronische ontsteking van de alvleesklier meer kans op het krijgen van kanker. In sommige gevallen lijkt erfelijkheid een rol te spelen.
Hoe ga ik er zelf mee om?
Niet veel. Raadpleeg uw arts als u last krijgt van een aanhoudende diarree, gewichtsverlies, misselijkheid, ontkleurd raken van de ontlasting. Als u geelzucht krijgt of last hebt van aanhoudende pijn in de bovenbuik of in de rug. Dergelijke klachten kunnen veroorzaakt worden door alvleesklierkanker.
Hoe gaat de arts er mee om?
Een combinatie van klachten als bovengenoemd zal snel leiden tot verwijzing naar de internist. Deze heeft een aantal onderzoeksmethoden tot zijn beschikking. Hij kan een echo laten maken van de bovenbuik, een CT scan of een MRI scan. Daarmee is meestal het gezwel wel zichtbaar te maken. De verdere behandeling hangt af van de plaats en uitgebreidheid van het gezwel en van het antwoord op de vraag of er uitzaaiingen zijn. Gezwellen in de staart van de alvleesklier zijn vrijwel nooit te opereren omdat ze al te ver zijn doorgegroeid in de omgeving. Die in de kop soms nog wel. Daarvoor wordt een grote operatie uitgevoerd waarbij de kop van de alvleesklier, de hele twaalfvingerige darm, een deel van de maag en de galblaas worden verwijderd (Whipple operatie). Als operatie niet meer mogelijk is zijn wel een aantal verzachtende ingrepen mogelijk. In geval van geelzucht kan men met behulp van een flexibele kijkbuis via de mond, de maag en de twaalfvingerige darmen een buisje worden ingebracht in de galgang, zodat de gal toch weer afvloeit en de geelzucht en de jeuk verdwijnen, evenals de diarree. Als een darmafsluiting ontstaat door het gezwel kan een omleidingoperatie worden gedaan. Pijn kan bestreden worden dor bestraling, door zenuw blokkerende injectietechnieken en door medicijnen. Deze methoden worden toegepast om het lijden te verzachten. Genezing is in deze gevallen niet mogelijk en de ziekte voert dan tot de dood.
Wetenschappelijk nieuws
Volgens promovendus Jan-Bart Koorstra (MC) kan alvleesklierkanker in de toekomst waarschijnlijk beter behandeld worden dan nu het geval is.Koorstra was vooral geinteresseerd in de ontstaanswijze van alvleesklierkanker en dus naar aanknopingspunten om de ziekte in een vroegtijdig stadium te ontdekken.
Omdat pancreascarcinoom (alvleesklierkanker) een slechte prognose kent, worden nieuwe behandelmethoden onderzocht zoals gentherapie met behulp van een adenovirus (verkoudheidsvirus). Conditioneel Replicerende Adenovirussen (CRAds) zijn in staat om zich alleen te vermeerderen in tumorcellen en deze te vernietigen zonder gezonde cellen kapot te maken. De lage expressie van de adenovirusreceptor CAR op tumorcellen remt echter de opname van het therapeutische virus en daarmee de effectiviteit van de behandeling. Van Geer onderzocht een verkoudheidsvirus dat een alternatief receptoreiwit gebruikt om binnen te komen in tumorcellen. Deze cellen bleken het virus inderdaad beter op te nemen als het YSA-peptide tot expressie werd gebracht op het virusoppervlak. Onderzoek met muizen toonde echter aan dat de lever nagenoeg al het virus weer afbreekt. Wil het Ad-YSA gebruikt kunnen worden voor behandeling dan zullen dus eerst manieren moeten worden gevonden om die opname door de lever te remmen. Proefschrift: Michael van Geer: "Adenovirus targeting for gene therapy of pancreatic cancer"
Regelmatig eten van verbrand vlees vergroot de kans op kanker aan de alvleesklier. Dat blijkt uit onderzoek van de universiteit van Minnesota.
Een nieuwe behandeling van necrotiserende pancreatitis, de zogenaamde step-up behandeling, kan het aantal ernstige complicaties en sterfgevallen aan deze aandoeningen verminderen. Onderzoekers van het UMCG schrijven dit in een artikel, dat is geplaatst in het New England Journal of Medicine.
Concentratie van specialistische zorg bij ziekenhuizen die daar veel ervaring mee hebben, werpt zijn vruchten af. Dat zeggen onderzoekers van het UMC Utrecht in het AD. Zij richtten zich in het bijzonder op de zorg bij alvleesklierkanker. In 2011 voerden nog maar 24 van de honderd ziekenhuizen operaties uit aan de alvleesklier, terwijl dat er in 2004 nog 48 waren. Het aantal patiënten dat overleed aan alvleesklierkanker halveerde sindsdien ook. Volgens de onderzoekers scheelt het concentreren van de behandeling van alvleesklierkanker 35 tot 40 stterfgevallen per jaar. Verdere concentratie kan de sterfte nog meer beperken, denkt de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Ook voor andere specialistische behandelingen zou concentratie van de zorg goed zijn.
Stamcellen in de darm gaan heel hard groeien als ze hun rem kwijtraken. Onderzoekers van het UMC Utrecht, de Universiteit Utrecht en het Hubrecht Instituut hebben zo’n remmend gen ontdekt. Het biedt aanknopingspunten voor de behandeling van darmkanker. De resultaten staan in het tijdschrift Nature van 15 augustus. Stamcellen in de darm zorgen doorlopend voor nieuw weefsel. Prof. dr. Hans Clevers van het Hubrecht Instituut slaagde er eerder in om deze stamcellen te identificeren en isoleren. Samen met celbioloog dr. Madelon Maurice van het UMC Utrecht en prof. dr. Albert Heck van de Universiteit Utrecht speurde hij naar genen die alleen actief zijn in darmstamcellen. Zo kwamen ze onder meer het gen RNF43 op het spoor. Als het gen uitgeschakeld wordt, gaan de darmstamcellen heel hard groeien en ontstaan adenomen, een voorstadium van darmkanker. Het gen blijkt als rem te functioneren, blijkt uit het onderzoek van Maurice en collega’s. Stamcellen worden voortdurend geprikkeld door een groeisignaal. Het RNF43-gen dempt dat groeisignaal. (Technisch: het groeisignaal is het Wnt-eiwit. RNF43 zorgt dat de Wnt-receptor afgebroken wordt, zodat de stamcel het groeisignaal minder goed ontvangt.) Het onderzoek is grotendeels uitgevoerd in muizen en menselijke cellen. “Onze resultaten werpen in eerste instantie licht op de werking van stamcellen”, verklaart Maurice. “Maar ze zijn ook van belang voor patiënten. Mutaties in het RNF43-gen blijken voor te komen in patiënten met alvleesklierkanker, galwegkanker en dikkedarmkanker. Deze vormen van kanker zouden wellicht behandelbaar zijn met stoffen die de werking van het groeisignaal tegengaan.” De samenwerking tussen het UMC Utrecht, de Universiteit Utrecht en het Hubrecht Instituut valt binnen Utrecht Life Sciences.