Hoe merk ik het?
- Drukkende pijn midden op de borst
- Toenemende klachten bij inspanning en emotie
- Soms doortrekkende pijn naar de kaak of naar een of beide armen
- Afnemende klachten bij rust
Hoe werkt het?
Angina pectoris ontstaat als de hartspier onvoldoende zuurstof krijgt. Meestal is dat het gevolg van een belemmering in één van de kransslagaders die het hart van bloed voorzien of in een vertakking ervan. Wanneer het hart bij inspanning of emotionele opwinding harder moet pompen heeft het meer zuurstof nodig. Als er dan door een vernauwing in een bloedvat niet in die behoefte kan worden voorzien, ontstaat pijn. Is er sprake van een kleine vernauwing, dan zult u er pas bij grote inspanning hinder van ondervinden. Maar als de vernauwing ernstig is, zult u al bij geringe inspanning of zelfs in rust pijn voelen.
Hoe ontstaat het?
Waardoor ontstaan vernauwingen? Meestal ontstaan ze als gevolg van aderverkalking (atherosclerose). Dit is een proces van geleidelijk toenemende beschadiging van de bloedvaten dat al op jonge leeftijd (vanaf 20 jaar) begint. Op een gegeven moment gaat dit klachten geven in de vorm van angina pectoris of een hartinfarct. Bij het ontstaan van atherosclerose zijn een aantal factoren van invloed. De belangrijkste is roken. Daarnaast spelen overgewicht, onvoldoende lichaamsbeweging, stress, hoge bloeddruk, een verhoogd cholesterolgehalte, suikerziekte en erfelijke factoren een rol.
Hoe ga ik er zelf mee om?
Op de eerste plaats is het zaak het voortschrijden van de onderliggende ziekte (de atherosclerose of aderverkalking) zoveel mogelijk tegen te gaan. Stop dus met roken. Meet uzelf een gezonde leefstijl aan. Zorg voor een gezond eetpatroon. Als u daar vragen over hebt raadpleeg dan uw arts of de diëtiste. Zorg voor voldoende lichaamsbeweging. Dat is goed tegen de aderverkalking en vormt een goede oefening voor het hart. Regelmatige, rustige inspanning van niet te korte duur, zoals dagelijks of in elk geval enkele malen per week een half uur wandelen, fietsen of zwemmen, heeft de voorkeur. Forceer uzelf niet. Overleg eventueel met uw arts. Hebt u overgewicht, val dan af. Als u minder zwaar bent neemt de belasting voor het hart af. Ook de aderverkalking wordt erdoor afgeremd. Matig alcoholgebruik lijkt gunstig te zijn tegen bloedvatvernauwing. Maar zodra u meer dan twee glazen wijn of sterke drank per dag gebruikt, werkt het weer averechts.
Hoe gaat de arts er mee om?
Krijgt u last van pijn op de borst zoals we hierboven hebben beschreven, schakel dan uw huisarts in. Deze zal de diagnose vermoeden op grond van uw klachten. Toch is de diagnose niet altijd met zekerheid te stellen. Onderzoek door de specialist biedt dan uitkomst: het maken van een ECG (hartfilmpje) levert vaak weinig informatie op, maar indien een ECG bij inspanning (fietstest) wordt afgenomen, worden vaak wel afwijkingen zichtbaar. Staat de diagnose "angina pectoris" vast dan moeten er een paar dingen gebeuren. Er zal eerst nagegaan moeten worden of er risicofactoren (zie boven) aanwezig zijn. Hebt u hoge bloeddruk, een verhoogd cholesterolgehalte of suikerziekte? Indien een of meer risicofactoren inderdaad een rol spelen, dan zullen die moeten worden behandeld. Met leefregels en zonodig met medicijnen. De kwaal zelf wordt ook met medicijnen behandeld: kinderaspirientjes als bloedverdunner, tabletjes voor onder de tong en/of medicijnen voor chronisch gebruik. Als de medicijnen niet goed aanslaan, kan er worden gedotterd of kan er een bypass worden aangelegd. Het verdere verloop van angina pectoris hangt af van het verloop van de onderliggende ziekte, de aderverkalking. Het kan zijn dat u jarenlang een stabiel klachtenpatroon hebt. Het kan ook zijn dat de aderverkalking voortschrijdt en de pijnklachten toenemen (bij geringere inspanning). U kunt één of meermalen een hartinfarct krijgen met alle complicaties van dien. Soms gebeurt het dat na een hartinfarct de klachten verdwenen zijn.
Wetenschappelijk nieuws
Slechts weinig mensen zoeken medische hulp als zich de eerste mogelijke signalen voordoen van een naderende periode van angina of een hartaanval. Dat zeggen onderzoekers van de universiteit van Alberta, Canada.
De preparaten van eerste keus voor het couperen van een aanval van angina pectoris zijn isosorbidedinitraat (als tablet) of nitroglycerine (als spray) oromucosaal toegediend. Een onderhoudsdosering bij angina pectoris met een bètablokker, een langwerkend nitraat en/of een calciumantagonist is noodzakelijk als de angineuze aanvallen frequent voorkomen. Wanneer er onvoldoende effect wordt bereikt of als er een contra-indicatie bestaat voor deze middelen, biedt ranolazine (Ranexa) een nieuw aangrijpingspunt bij de onderhouds- behandeling van angina pectoris. Het werkingsmechanisme van ranolazine is nog niet geheel opgehelderd. Ranolazine oefent zijn werking waarschijnlijk uit door remming van de late natriumstroom in de hartcellen. De klinische studies lieten vooral een verlenging van de inspanningsduur en een vermindering van de consumptie van kortwerkend nitroglycerine zien. Er was geen verschil tussen placebo en ranolazine op het risico van overlijden door alle oorzaken, plotselinge hartdood of aritmieën. Gezien de beperkte ervaring met ranolazine en het ontbreken van gegevens over de lange termijn, is dit preparaat alleen een mogelijke keuze, wanneer niet wordt uitgekomen met de middelen van eerste keus. Wanneer ranolazine voor de Nederlandse markt beschikbaar is nog niet bekend.
De bijwerkingen van ranolazine zijn meestal licht tot matig en treden over het algemeen de eerste twee weken van de behandeling op. Vaak (1-10%) treedt duizeligheid, hoofdpijn, obstipatie, misselijkheid, braken en asthenie op. Ranolazine is een substraat van cytochroom CYP3A4. Remmers van CYP3A4 verhogen de plasmaconcentraties van ranolazine en inductoren van CYP3A4 kunnen de concentratie van ranolazine verlagen. Ook wordt ranolazine gedeeltelijk gemetaboliseerd door CYP2D6. Overgevoeligheid voor het werkzame bestanddeel of voor één van de hulpstoffen, ernstige nierfunctiestoornis en matige of ernstige leverfunctiestoornis zijn contra-indicaties voor gebruik van ranolazine. Er zijn geen gegevens bekend over gebruik van ranolazine bij zwangere vrouwen. Het is niet bekend of ranolazine wordt uitgescheiden in moedermelk. Bron: PS 2010;26(11):58-60 en FUS.
In deze retrospectieve cohort-analyse van patiënten uit de UKPDS database werd gedurende een follow-up van 230.073 patiëntjaren gezocht naar mortaliteit en macrovasculaire complicaties (een nieuw hartinfarct, het ondergaan van een bypass, chirurgie aan de (slag)aders of het ontwikkelen van angina pectoris bij patiënten die dit daarvoor niet hadden). Er werd onderscheid gemaakt tussen patiënten die twee orale bloedglucoseverlagende middelen gebruikten (n = 27.965) en insuline-gebruikers, na aanvankelijk gebruik van orale antidiabetica (n = 20.0005). De cohorten werden ingedeeld in decielen, waarbij de hoogte van het HbA1c de decielen bepaalde (het jaargemiddelde of het over-all gemiddelde). Als uitkomst werd een U-vormig patroon gevonden voor zowel de sterfte als voor het ontwikkelen van macro-vasculaire complicaties. De kans was het laagst bij een HbA1c rond de 7,5% en het hoogst in de decielen met een HbA1c onder de 6,5% en een HbA1c boven de 10,5%. Het patroon was gelijk in beide groepen, insulinegebruik leidde echter grofweg tot een toename van 50% van de sterftekans. Dit onderzoek onderschrijft de resultaten van het ACCORD-onderzoek, hoewel het onderzoek zeker zijn beperkingen heeft (retrospectief, geen randomisatie, kans op confounding by indication, het aantal HbA1c metingen per patiënt varieerde per patiënt). Concluderend wordt gesteld dat deze groep patiënten misschien toch minder behandeld en voorgeschreven moet worden. Ook het nut van insulinetherapie bij patiënten met diabetes mellitus 2 staat hiermee behoorlijk ter discussie. Bron: H&W 2010;53(7):405 + FUS