› Tuberculose

Hoe merk ik het?

  • Hoesten
  • Vermagering
  • Verzwakking

Hoe werkt het?

Tuberculose werd vroeger wel de tering genoemd. Dat geeft al aan dat het een nare ziekte is waaraan je langzaam wegkwijnt. Het is een infectieziekte, veroorzaakt door een bacterie, Mycobacterium tuberculosis. Je wordt besmet door het inademen van minuscuul kleine speekseldeeltjes van een patiënt met open longtuberculose. De ingeademde bacteriën gaan zich in de long vermenigvuldigen en veroorzaken daar een ontstekingsreactie. Het lichaam probeert de bacterie te overmeesteren. Meestal, in negen van de tien gevallen lukt dat en geneest die ontsteking vanzelf, zonder dat je er duidelijk ziek van geweest bent. Soms kan het lichaam de bacterie niet de baas. Deze tast een steeds groter deel van de long aan. Daarin ontstaan holtes die vol zitten met tuberculosebacteriën. Dan spreken we van "open tuberculose". De patiënt hoest de bacteriën op en kan daardoor anderen besmetten. Vanuit de longen kan de ontsteking zich uitzaaien: met het bloed komen bacteriën terecht in andere organen als de nieren, de botten, gewrichten. Daar veroorzaken ze nieuwe ontstekingshaarden. Je vermagert, verzwakt en komt uiteindelijk te overlijden.

Hoe ontstaat het?

Zoals gezegd: door het inademen van besmette speekseldeeltjes. In Derde Wereld landen komt tuberculose nog veel voor en maakt daar steeds meer slachtoffers. Vooral in Afrika. Dat komt omdat de vele AIDS patiënten daar onvoldoende afweer hebben om zich tegen de besmetting te verweren. Ook in Nederland zien we de ziekte weer meer: door immigratie van besmette personen, vaak uit Afrika en Oost-Europa en doordat er meer mensen zijn met een HIV besmetting.

Hoe ga ik er zelf mee om?

Zorg dat u in een goede voedingstoestand bent. Mensen die een verhoogd risico hebben besmet te worden, bijvoorbeeld doordat ze reizen naar landen waar TBC veel voorkomt, kunnen ingeënt worden met het zogenaamde BCG vaccin. De beschermende werking van die vaccinatie is echter twijfelachtig.

Hoe gaat de arts er mee om?

Met een simpele test kan worden vastgesteld of iemand antistoffen heeft tegen de tuberculosebacterie: de Mantoux reactie. Wat bestanddelen van gedode bacteriën worden in de huid ingespoten. Als de patiënt niet besmet is en geen antistoffen tegen tuberculose heeft verdwijnen de sporen van die injectie binnen een paar dagen. Zijn er wel antistoffen dan ontstaat er een rode, verdikt aanvoelende plek. Dat is bewijs dat de patiënt afweerstoffen heeft tegen de bacterie, niet dat hij er ziek door is. Met een longfoto wordt vervolgens gekeken of er sprake is van een actief ontstekingsproces of van open tuberculose. Is hij besmet maar niet ziek dan wordt hij gedurende een half jaar behandeld met een antibioticum tegen tuberculose (een tuberculostaticum), om zeker te zijn dat de besmetting niet actief wordt. Is de ziekte wel actief, dan volgt een langdurige behandeling met een combinatie van tuberculostatica. Vrijwel alle patiënten genezen daarmee. Is er sprake van open tuberculose, dan wordt de patiënt eerst enkele weken opgenomen en geïsoleerd verpleegd, om te zorgen dat hij geen anderen meer kan besmetten. Intussen worden allen met wie hij contact gehad heeft door de GGD gecontroleerd met een Mantoux-reactie. Besmette personen worden dan behandeld als boven aangegeven om te voorkomen dat ze ziek worden. Je zou zeggen dat we tuberculose onder controle hebben. Dat is echter een misverstand. Steeds vaker komt het voor dat er tuberculosebacteriën zijn die niet of minder gevoelig zijn voor de gebruikelijke tuberculostatica. Zet die ontwikkeling zich voort, dan kan tuberculose weer een ernstige, bedreigende infectieziekte worden.

Wetenschappelijk nieuws

Het Nationaal plan tuberculosebestrijding 2011-2015 geeft aan welke veranderingen nodig zijn om tot een optimale tuberculosebestrijding in Nederland te komen. Het doel van dit plan is om een optimale tuberculosebestrijding in Nederland te schetsen, gegeven een dalende incidentie resulterend in een afnemende expertise bij professionals, een toenemende complexiteit van de behandeling van tuberculosepatiënten door toenemende resistentieontwikkeling in binnen- en buitenland, en regionale verschillen in de tuberculoseproblematiek. De belangrijkste doelstellingen zijn de volgende: - In 2013 is er een efficiente en effectieve landelijke regie op de tuberculosebestrijding, passend bij de structuren en verantwoordelijkheden voor de infectieziektebestrijding, - In de jaren tot aan 2015 blijft er een landelijk dekkend netwerk van tuberculosebestrijding in de publieke gezondheidszorg bestaan, onder verantwoordelijkheid van de gemeenten en georganiseerd door GGD'en. Ook moeten in 2013 vier tot vijf regio's in de publieke tuberculosebestrijding zijn gevormd, met regionale expertisecentra. - In 2015 heeft elk ziekenhuis een klinische tuberculosecoördinator die voldoet aan het profiel en kwaliteitscriteria van de Nederlandse Vereniging van Artsen voor Longziekten en Tuberculose (NVALT). - In 2013 verzorgen alleen laboratoria die onder BSL3-condities werken M. tuberculosis-kweken. - In 2013 levert een denktank van RIVM-CIb, GGD Nederland, KNCV Tuberculosefonds en NVALT een notitie waarin voor- en nadelen worden geschetst van verschillende organisatiemodellen van de tuberculosebestrijding tot 2025. Aan het ministerie van VWS is voorgesteld dat het plan gecomplementeerd wordt met een implementatieplan dat samen met GGD Nederland en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten wordt uitgewerkt.

TBC